Verhalen uit de Haagweg

Science fiction en een sprookje op de wc

De wc-blokken op de begane grond, die Galerie Café Leidse Lente in de Haagweg 4 benut zijn op bijzondere wijze verluchtigd door kunstenaars uit het gebouw. Beide ruimtes zijn typisch mannelijk en vrouwelijk uitgewerkt.

Het damestoilet is door Tim Juffermans (1982, Leiden) beschilderd, waarbij het concept en design door Studio071 is uitgewerkt in de beeldtaal die van Tim Juffermans én Allart Lakke (1961, Zeist) afkomstig is. Het werk is Buitenstebinnentuin getiteld. Op de linkerwand bij binnenkomst is een vliegende vos te zien die gehangen onder roterende propellers een gekroond beertje in de lucht mee voert. Uit de grond steken witte linkerhanden. Een libelle met een kop die een ouderwetse straatlantaarn blijkt te zijn zoemt voorbij. Het insect straalt licht uit. In een hoek bovenaan vliegt een bij met een opwindsleuteltje op de rug, eronder slingert opnieuw een beertje dat getransporteerd wordt. De flora en fauna is overal weelderig en de takken vol groen gebladerte groeien vloeiend door de ruimte heen. Centraal is een brede boomstam geschilderd waarin beide wc deuren toegang bieden in de boom, elk met een eigen soort beertje als merkwaardige bewegwijzering. In de wc is een vreemde vogel met een toeter als snavel op een tak gezeten. De oorspronkelijke en nu onbruikbare urinoirs zijn opgevuld met aarde en sanseveria’s, die aansluiten bij de illusie van de schildering. Het plafond is een diep blauwe sterrenhemel van waaruit een kristallen kroonluchter hangt. Het blijkt de kroon van de Green Man, de kop die bovenin de grote boomstam is gekerfd met gebladerte als baard en haar. Bij het verlaten van de ruimte zijn twee vossenportretten, een mannelijke en vrouwelijk te zien tegen een achtergrond van afwisselend oranje-gele en witte strepen. Het duo is een koppel, waarbij de vrouw een ooglapje voor heeft en een spiegel hangt uitnodigend onder hen. De sfeer is warm, sprookjesachtig mysterieus en gezellig.

Het herentoilet is maar liefst door drie verschillende kunstenaars onder handen genomen, namelijk Marjolein van Haasteren (Leiden, 1967), Remko Koopman (Leiden, 1974) en Spatule (Leiden, 1963). Het gesamptwerk bestaat uit drie verschillende beeldtalen en technieken die opeenvolgend, dus na elkaar, in de ruimte tot één samenhangend beeld samengesmolten werden. Bij binnenkomst in het voorhalletje als bij een spiegel stuit men op een uit machineonderdelen en gedemonteerd elektronisch afval samengestelde figuur. De grote assemblage stelt een mens ten voeten uit voor, een vrouw machine. Het is als het nummer Welcome to the Machine van Pink Floyd. De wc ruimte oogt enigszins duister en somber, maar her en der is licht in de fluorescentie vanuit bepaalde spots. Het oog wordt verstoord en ritmisch geleid en door het breken van de ruimte met grote schuin lopende vlakken is de sfeer hallucinant en wordt de toeschouwer uit balans gebracht. De schildering is dwars op de ruimte geplaatst, het lezen van de fysieke ruimte wordt daardoor grondig door de science fiction achtige schildering verward. Overal zijn grote apparaten, soms meterkasten verbonden met leidingen, kabels, pijpen, elektronische contactpunten, reëel en geschilderd tot één complex systeem ineen gesmeed. Vrouwelijke invloed Het kleurschema, waarbij het groen overheerst, is hard en hel. De vormen zijn vaak hoekig en mannelijk, soms vloeiend, maar aldoor in de verbeelding van een wereld van techniek. Links zijn de urinoirs opgevuld met aarde en groene planten, sanseveria’s, de duiveltong. Het is overduidelijk een mannen wc.

tekst door Allart Lakke